Onderwijs moet op de eerste plaats van betekenis zijn.

Bijgewerkt op: 6 feb.



Mijn eerste vaste baan is op een school voor ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) in een stad zo’n tien kilometer van het dorp waar ik woon. Een groot deel van de kinderen in 'mijn groep 3' blijkt een andere culturele achtergrond, een andere thuistaal en minder financiële mogelijkheden te hebben dan ik van huis uit gewend ben.


Al snel blijkt mijn 'PABO-bagage' lang niet voldoende op deze plek.

Met een 'een beetje meer voor die' en 'een beetje minder voor die' kom ik er hier niet. Sterker nog. Het is hard werken om überhaupt écht contact te krijgen. Deze kinderen trappen niet in kunstjes en vragen iets anders van mij als leerkracht. Ik duik diepe leerkuilen in en ben heel blij met Meester Fred uit de parallelgroep als mijn Meester.


Wat Meester Fred me vooral leert is dat je écht naar kinderen moet luisteren en kijken. “Als je echt goed kijkt en luistert, weet je wat je moet doen,” zegt hij iedere keer weer als ik in de loop van de dag met het stoom uit mijn oren zijn lokaal binnen storm of als ik na schooltijd volledig afgebrand in zijn deuropening sta.

Meester Fred leert me om onderwijs in te richten vanuit de actualiteit. Vanuit dat wat er is. We praten niet over wat kinderen nog niet kunnen. We hebben het nooit over achterstanden. We kijken in plaats daarvan naar wat kinderen wél kunnen. Kinderen vinden uitdaging in hun eigen ‘zone van naaste ontwikkeling’ en steeds kijken we wat dít kind nodig heeft om te ont-wikkelen.


Methoden laten we ik de kast. Inhoud wordt bepaald door dat wat boeiend is en waar kinderen en wijzelf op ’aan’ gaan. Wat leeft in de groep? Wat speelt in de actualiteit? Wat is interssant genoeg?


Langzaam, maar zeker wordt ‘de wereld’ mijn methode.

Elke kwestie, elk vraagstuk biedt ruimte om te leren. Om te ontwikkelen. Zo struinen we regelmatig met een boswachter door het bos en genieten van zijn verhalen. We bouwen hutten, helpen een imker, doen oudhollandse spelletjes met de ouderen in het verzorgingshuis aan de andere kant van de wijk. We bezoeken musea, gaan met bootjes varen in een nabijgelegen natuurgebied, werken mee in de volkstuinen en lopen een ochtend mee met een schaapsherder. We maken en proeven gerechten uit allerlei landen. We naaien met (groot-)ouders onze eigen kleding en presenteren deze op een zelfgemaakte catwalk.

- Een postkantoor in de klas (1999) -


We tekenen, schilderen, krassen. We leren kleien, zagen en timmeren. We brengen een bezoek aan een geitenboerderij en leren zelf kaas maken. We verbouwen het lokaal tot postkantoor en bezorgen de post per fiets. We gaan met tentjes naar de camping aan de rand van de stad, bakken koekjes en verkopen deze voor het goede doel. We lezen zelfgemaakte gedichten voor in de straten rondom de school. We vieren alle wereldfeesten die je maar kunt bedenken en vertellen de verhalen die erbij horen. We bouwen zelfs met echte stenen en cement onze eigen droomhut op het plein voor de school.


Waar we maar mogelijkheden zien, nodigen we ouders uit.

Ouders komen vertellen, luisteren of doen mee. Iedereen valt op. Niemand valt uit. Spelen en ontdekken. Verwonderen en onderzoeken. En bij alles wat we doen lezen, schrijven en rekenen we dat het een lieve lust is. Iedereen elke dag een beetje beter. Wat kan onderwijs toch mooi zijn.

————

Start bij de Actualiteit

Uitgaan van Behoeften

Contact als voorwaarde


-------


Onderwijs moet op de eerste plaats van #BETEKENIS zijn. Voor jou, voor mij en voor de wereld. Voor de leerling, de leraar en de samenleving en de Aarde. 🌎🌳🌀♥️🌈


———


Mooie en waardevolle herinneringen aan mijn mentor komen boven bij het schrijven van dit verhaal: Fred van Nunen, wat heb ik veel van je geleerd en wat ben ik je enorm dankbaar!

167 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven